Tel. 088-7744333

Organisatie Training Ziekteverzuim

Situationeel en effectief leidinggeven
AuteurBV&T opleiding en advies
VakgebiedManagement, Psychologie & Communicatie
KernconceptenSituationeel leiderschap, Covey, Roos van Leary, Conflicthantering, Lean
ErkenningDUO Erkend Adviesbureau (98% klanttevredenheid)

Situationeel en effectief leidinggeven is een training die leidinggevenden ondersteunt in hun professionele ontwikkeling. De tekst in de syllabus behandelt de complexiteit van het aansturen van medewerkers, waarbij de nadruk ligt op het aanpassen van de leiderschapsstijl aan de situatie en de medewerker, ook wel genoemnd: situationeel leiderschap. Naast klassieke leiderschapsmodellen van Hersey & Blanchard en Covey, biedt de syllabus diepgaande inzichten in communicatieve vaardigheden, assertiviteit, de gesprekscyclus (functionerings- en beoordelingsgesprekken), conflicthantering en procesverbetering via Lean Management. Het doel is het creëren van een lerende leidinggevende die zowel taakgericht als mensgericht kan opereren.

1. Inleiding

Leidinggeven is een complexe vaardigheid die vraagt om zorg voor de organisatie én de medewerkers. Deze training richt zich op het vinden van de balans tussen opkomen voor jezelf en rekening houden met anderen, het coachen van medewerkers en het hanteren van conflicten. De syllabus dient als verdieping op de training en behandelt diverse theorieën en praktische vaardigheden.

2. Effectief Leidinggeven

Effectief leiderschap vraagt om flexibiliteit. De theorie van Hersey en Blanchard staat hierin centraal: er is geen 'beste' leiderschapsstijl, de effectiviteit hangt af van de situatie en de medewerker.

2.1 Situationeel Leiderschap (Hersey & Blanchard)

Leiderschap wordt bepaald door een combinatie van taakgericht gedrag (sturing) en relatiegericht gedrag (ondersteuning). Op basis van de rijpheid (bekwaamheid + bereidheid) van de medewerker, kiest de leider een van de vier stijlen:

  • S1 Instrueren (Veel taak, weinig relatie): Voor medewerkers die niet bekwaam zijn, maar wel bereid (of onzeker). De leider geeft specifieke instructies en controleert nauwgezet.
  • S2 Overtuigen (Veel taak, veel relatie): Voor medewerkers die niet bekwaam zijn, maar wel bereid. De leider legt uit, overtuigt en vraagt om input (tweerichtingsverkeer).
  • S3 Ondersteunen (Weinig taak, veel relatie): Voor medewerkers die bekwaam zijn, maar onzeker of niet bereid. De leider faciliteert en deelt besluitvorming.
  • S4 Delegeren (Weinig taak, weinig relatie): Voor medewerkers die zowel bekwaam als bereid zijn. De leider draagt verantwoordelijkheid over.

2.2 Succesvol Delegeren

Delegeren is het overdragen van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het voordeel is tijdwinst voor de manager en ontwikkeling voor de medewerker. Valkuilen zijn angst voor controleverlies of de gedachte "ik doe het zelf wel sneller".

  • Wel delegeren: Routinematige taken, urgente maar minder essentiële taken, taken die passen bij de ontwikkeling van de medewerker.
  • Niet delegeren: Vertrouwelijke zaken, disciplinaire maatregelen, visiebepaling en kerntaken van de leidinggevende.

2.3 De zeven eigenschappen (Covey)

Stephen Covey beschrijft een groeimodel van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid, en uiteindelijk naar wederzijdse afhankelijkheid:

  1. Wees proactief: Neem verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag (Cirkel van Invloed vs. Cirkel van Betrokkenheid).
  2. Begin met het einde voor ogen: Heb een duidelijke visie en doelen (Persoonlijk missiestatement).
  3. Belangrijke zaken eerst: Prioriteiten stellen (Covey's kwadrant: focus op belangrijk/niet-urgent).
  4. Denk Win-Win: Zoek naar wederzijds voordeel in interacties.
  5. Eerst begrijpen, dan begrepen worden: Empatisch luisteren is de sleutel tot invloed.
  6. Synergie: Het geheel is meer dan de som der delen; creatieve samenwerking.
  7. Houd de zaag scherp: Continue verbetering op fysiek, mentaal, spiritueel en sociaal-emotioneel vlak.

3. Assertief op het werk

Assertiviteit betekent opkomen voor jezelf zonder de relatie met de ander onnodig te schaden. Het is de gulden middenweg tussen:

3.1 Gedragsstijlen: Sub-assertief, Agressief, Assertief

  • Sub-assertief: De ander gaat voor. Je cijfert jezelf weg, vermijdt conflicten en spaart de relatie ten koste van eigen doelen (verlies van zelfrespect).
  • Agressief: Ik ga voor. Je walst over de ander heen, dwingt dingen af en schaadt de relatie (winst op korte termijn, verlies op lange termijn).
  • Assertief: Balans. Je komt op voor je eigen mening en behoeften met respect voor de ander.

3.2 Communicatie en Luisteren

Elke boodschap heeft een inhoudsaspect (wat wordt er gezegd) en een relationeel aspect (hoe wordt het gezegd/bedoeld). Ruis ontstaat vaak door verwarring hiertussen. Actief luisteren is cruciaal en omvat: oogcontact, open houding, korte aanmoedigingen ("hmm", "ja"), samenvatten (parafraseren) en gevoelsreflecties ("je klinkt gefrustreerd").

3.3 Spanning, Ontspanning en Grenzen

Het vlindermodel van Apter toont aan dat mensen pendelen tussen behoefte aan spanning en ontspanning. Te veel spanning leidt tot angst en blokkades. Assertief gedrag (grenzen stellen, 'nee' zeggen) helpt om gezonde spanning te behouden. Gebruik bij weigeren de ik-boodschap: "Ik vind...", "Ik wil...".

4. Het Functioneringsgesprek

Dit is een periodiek gesprek gericht op de toekomst en verbetering van de samenwerking. Het vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid (tweerichtingsverkeer).

4.1 Doel en Spelregels

  • Doel: Verbeteren van kwaliteit van werk, werksfeer en begeleiding. Signaleren van knelpunten en afspraken maken over ontwikkeling.
  • Onderwerpen: Taakinhoud, taakvervulling, samenwerking, ondersteuning door leidinggevende, werkomstandigheden en persoonlijke ontwikkeling.
  • Voorbereiding: Beide partijen bereiden zich voor, afspraak 1-2 weken van tevoren.

5. Het Beoordelingsgesprek

In tegenstelling tot het functioneringsgesprek is dit eenrichtingsverkeer: de leidinggevende velt een oordeel over het verleden.

5.1 Criteria en Fasering

  • Doel: Formeel oordeel over functioneren (kwaliteit/kwantiteit), vaak gekoppeld aan rechtspositionele gevolgen (salaris, promotie, ontslag).
  • Valkuilen: Vooroordelen, subjectiviteit, alleen kijken naar recente prestaties.
  • Structuur: Voorbereiding -> Mededelen oordeel (onderbouwd met feiten) -> Reactie medewerker -> Afspraken vastleggen.

6. Coachen en Begeleiden

Coachen is gericht op het vrijmaken van potentieel en het stimuleren van zelfsturing. De manager als coach stelt vragen in plaats van oplossingen aan te dragen.

6.1 Het Coachingsproces (Doel, Realiteit, Opties)

Effectief coachen volgt vaak een structuur die lijkt op het GROW-model:

  • Doel: Wat wil je bereiken? (Toekomst)
  • Realiteit: Wat is de huidige situatie? (Bewustzijn)
  • Opties: Welke mogelijkheden zijn er?
  • Plan/Actie: Wat ga je concreet doen? (Verantwoordelijkheid)

De coach creëert een ondersteunend klimaat door openheid, empathie en het vermijden van superioriteit.

7. Feedback Geven en Ontvangen

Feedback is informatie over gedrag en het effect daarvan, bedoeld om te leren. Het is geen kritiek (veroordelen).

7.1 Regels en het Johari-venster

  • Regels voor geven: Beschrijf concreet waarneembaar gedrag (ik zag...), beschrijf het effect op jou (ik voelde...), geef aan wat je wenst (ik zou willen...), check of het begrepen is. Geef feedback snel en "op de man af, niet op de man".
  • Johari-venster: Helpt inzicht te krijgen in de "Blinde Vlek" (wat anderen wel zien, maar jij niet). Feedback verkleint de blinde vlek en vergroot de "Vrije Ruimte".
  • Ontvangen: Luister, schiet niet in de verdediging, vraag door ter verduidelijking en bedank de gever.

8. Gedragsbeïnvloeding

Om effectief te beïnvloeden is inzicht in menselijk gedrag nodig.

8.1 De Roos van Leary

Dit model voorspelt interactiepatronen op basis van twee assen: Boven-Onder (Dominantie) en Samen-Tegen (Relatie).

  • Gedrag roept gedrag op:
    • Boven-gedrag roept Onder-gedrag op (en andersom).
    • Samen-gedrag roept Samen-gedrag op.
    • Tegen-gedrag roept Tegen-gedrag op.
  • Interventie: Om een patroon te doorbreken (bijv. agressie/tegen-gedrag), moet je een positie kiezen die het gewenste gedrag uitlokt (bijv. Samen-gedrag om de ander uit Tegen-gedrag te halen).

8.2 Motivatie en Vertrouwen

Motivatie wordt verklaard via theorieën van McGregor (X-theorie: mens is lui vs. Y-theorie: mens wil werken), Maslow (behoeftepiramide) en Herzberg (satisfiers vs. dissatisfiers). Vertrouwen is de basis van leiderschap en wordt opgebouwd door betrouwbaarheid, openheid en competentie.

9. Conflicthantering

Conflicten zijn onvermijdelijk. Ze kunnen functioneel (vernieuwend) of disfunctioneel (verstorend) zijn.

9.1 Oorzaken en Stijlen (Thomas-Kilmann)

Conflicten ontstaan door schaarste, machtsverschillen, slechte communicatie of cultuurverschillen. Het Thomas-Kilmann model onderscheidt vijf stijlen op basis van assertiviteit (eigen belang) en coöperativiteit (relatie):

  1. Doordrukken (De Haai): Veel eigen belang, weinig relatie. (Win-Lose)
  2. Toegeven (De Teddybeer): Weinig eigen belang, veel relatie. (Lose-Win)
  3. Vermijden (De Schildpad): Weinig eigen belang, weinig relatie. (Lose-Lose)
  4. Samenwerken (De Uil): Veel eigen belang, veel relatie. Zoeken naar de beste oplossing voor beiden. (Win-Win)
  5. Compromis (De Kwal): Middenweg, beiden leveren iets in.

10. Omgaan met Veranderingen en Fouten

Verandering roept weerstand op. Het model van Kotter (8 stappen) helpt veranderingen te leiden, beginnend bij urgentiebesef en eindigend bij borging. Fouten maken is menselijk; de focus moet liggen op het voorkomen van herhaling door processen, regels en vaardigheden te verbeteren, niet op het straffen van personen.

11. Lean Management

Lean is gericht op het creëren van waarde en het elimineren van verspilling.

11.1 De 7 Verspillingen en 5S

  • De 7 verspillingen (TIMWOOD): Transport, Inventory (Voorraad), Motion (Beweging), Waiting (Wachten), Overproduction, Overprocessing, Defects (Fouten). + 8e: Talentverspilling.
  • 5S-methode: Een stappenplan voor een georganiseerde werkplek:
    1. Scheiden: Wegdoen wat niet nodig is.
    2. Schikken: Alles een vaste plek geven.
    3. Schoonmaken: Inspecteren door schoon te maken.
    4. Standaardiseren: Regels en visuele hulpmiddelen.
    5. Stimuleren (Standhouden): Discipline en continu verbeteren.
Deze syllabus dient ter verdieping op onze trainingen. Bent u als organisatie op zoek naar professionele ondersteuning? Vraag dan direct ons advies aan.
img

33957

Deelnemers Getraind

img

5

Sterren

img

11565

In-Company Trainingen

img

22

Jaar Actief

BV&T de In-Company opleider voor werkend Nederland

Advies? Vul onderstaande Formulier in, b.v.d.
* Alle velden s.v.p. invullen
×
Mogen wij u Bellen?